ARNHEM/DOESBURG - Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vier mannen in hoger beroep veroordeeld tot gevangenisstraffen van 13, 11, 11 en 10 jaar wegens het in brand steken van een vrachtwagen in Doesburg in de nacht van 19 op 20 augustus 2020. In de vrachtwagen lag de chauffeur te slapen, die ternauwernood aan de vuurzee kon ontsnappen en zwaar gewond is geraakt. De brand is overgeslagen naar bedrijfspanden en een woning vlak naast de vrachtwagen. Volgens het hof is sprake van poging moord en opzettelijke brandstichting terwijl daarvan levensgevaar en gemeen gevaar voor goederen te duchten is.


In de nacht van 19 op 20 augustus 2020 brandde een vrachtwagen - die geparkeerd stond op een bedrijventerrein in Doesburg - volledig uit. De chauffeur die in de cabine lag te slapen, werd wakker en wist door de vlammen heen te ontsnappen. Hij liep daarbij zeer ernstig en blijvend brandletsel op. De vrachtwagen is volledig uitgebrand. Doordat de brand is overgeslagen op nabijgelegen panden, ontstond ook levensgevaar voor een omwonende en schade aan twee bedrijfspanden.


Bekennende en ontkennende verdachten

Twee verdachten hebben bekend de brand te hebben aangestoken. De politie was hen op het spoor gekomen via camerabeelden en telefoongegevens. Beide mannen hebben verklaard dat zij de vrachtwagen in opdracht van een ander, de derde verdachte, in brand hebben gestoken. Zij hebben rondom de vrachtwagen motorbenzine uitgegoten en met een aangestoken papieren zakdoekje vuur gemaakt. Ook deze opdrachtgever heeft bekend. Hij was zelf niet aanwezig bij de brand, maar heeft de opdracht gegeven op verzoek van een ander, de vierde verdachte. Deze vierde verdachte, eigenaar van een concurrerend transportbedrijf, heeft elke betrokkenheid ontkend.


Brandstichting en poging tot moord

Het hof oordeelt dat alle vier de mannen schuldig zijn aan de brandstichting en ook aan poging tot moord. De vrachtwagen was bestemd voor internationaal wegvervoer en uitgerust met een slaapcabine. Bij een dergelijk voertuig bestaat een reële kans dat er iemand in ligt te slapen. Ook als de vrachtwagen geparkeerd staat op een afgesloten bedrijventerrein. Het is immers niet ongebruikelijk dat chauffeurs, na lange tijd achter het stuur te hebben gezeten, daar hun rust pakken voordat zij weer verder rijden. Daarbij zijn de uitvoerders bij de door hen aangenomen ‘klus’ om de vrachtwagen in brand te steken doelbewust en doelgericht te werk gegaan. Geen van de vier betrokkenen heeft voorzorgsmaatregelen getroffen om het risico van een slachtoffer te voorkomen. Er is niet gecontroleerd of er iemand in de cabine lag te slapen en de uitvoerders waren zó gericht op een snelle en allesverwoestende brandstichting, dat zij kennelijk alle gevolgen voor lief hebben genomen, ook het reële risico dat er ’s nachts een chauffeur in de vrachtwagen sliep die niet aan de vuurzee kon ontsnappen.

Het hof acht poging moord bewezen omdat sprake was van een vooropgezet plan en omdat iedere verdachte voor zich voldoende tijd en gelegenheid heeft gehad om na te denken en zich te beraden over de mogelijke gevolgen van de geplande brandstichting, inclusief de aanmerkelijke kans op de dood van de vrachtwagenchauffeur die in zijn cabine lag te slapen.


Samen verantwoordelijk

Volgens het hof hebben de twee uitvoerders en hun opdrachtgever, de tussenpersoon, zodanig samengewerkt dat zij alle drie worden veroordeeld voor het gezamenlijk plegen van de feiten. De rol van de opdrachtgever van de tussenpersoon is die van uitlokker.


Uitlokker krijgt hoogste straf

He

t hof heeft lange gevangenisstraffen opgelegd. Verdachten hebben een nietsontziende brand gesticht, waarbij alle gevolgen voor lief zijn genomen. De chauffeur heeft de brand ternauwernood overleefd en heeft zeer ernstig en blijvend letsel opgelopen en is voor de rest van zijn leven aangewezen op intensieve verzorging en hulpmiddelen. Zijn leven is verwoest. De brand heeft ook grote gevolgen voor zijn naasten die geconfronteerd werden met zijn grotendeels verbrande lichaam en die samen met hun dierbare tot de dag van vandaag moeten omgaan met de nieuwe situatie en moeten leven met het mentale en fysieke leed van hun dierbare.

De opdrachtgever krijgt met een gevangenisstraf van 13 jaar de hoogste straf. Zijn rol als uitlokker is minstens zo kwalijk als die van de anderen. Hij spande anderen voor het karretje om zo zelf buiten schot te blijven.


De twee uitvoerders krijgen een gevangenisstraf van 10 en 11 jaar. Bij een van de uitvoerders heeft het hof in strafmatigende zin rekening gehouden met verminderde toerekeningsvatbaarheid.


De tussenpersoon die de twee uitvoerders van de brandstichting heeft benaderd, krijgt een gevangenisstraf van 11 jaar. De tussenpersoon moet naast de opgelegde straf nog 342 dagen uitzitten van een straf die hem in 2012 in het Verenigd Koninkrijk is opgelegd voor een drugsdelict.


Bij alle opgelegde straffen heeft het hof rekening gehouden met de lange duur van de procedure in hoger beroep.

Schadevergoedingen

Het hof heeft daarnaast schadevergoedingen toegekend. De vier mannen moeten aan de chauffeur 200.000 euro smartengeld betalen en aan de vader, de partner, de dochter en de zus van de chauffeur schok- en affectieschade vergoeden. Daarnaast moeten de verdachten de materiële schade vergoeden die het gevolg is van de brand.