In september 2025 probeerde de man brand te stichten in Winkelcentrum Presikhaaf in Arnhem. Hij kocht bij een supermarkt twee flessen aanmaakgel, ging op een bankje zitten in het overdekte winkelcentrum en stak meerdere lucifers in de flessen aanmaakgel. Vervolgens probeerde hij deze lucifers aan te steken, maar daarin slaagde de man niet. Winkelend publiek en een beveiliger probeerde hem tot bedaren te brengen. De flessen zijn weggehaald en de man werd aangehouden.
Poging tot brandstichting met gevaar voor goederen
De rechtbank oordeelt dat de man probeerde opzettelijk brand te stichten en dat daarbij gevaar voor goederen ontstond. Hij zat tijdens het delict op een houten bankje met op de muur daarachter een achterwand van plastic. De rechtbank oordeelt verder dat er door het verwijderen van de doppen van de flessen bij de brandbare aanmaakgel zuurstof kon komen (en dus kon ontbranden). Ze verwerpt het verweer van de advocaat dat sprake is van een absoluut ondeugdelijke poging.
De rechtbank spreekt de man vrij van gevaar voor levens of zware mishandeling omdat dit op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld.
Schreeuw om hulp
De man pleegde het delict naar eigen zeggen vanuit een schreeuw om hulp. Een psycholoog onderzocht de psychische gesteldheid van de man en constateert dat de man lijdt aan meerdere stoornissen, waaronder PTSS. De stoornissen waren tijdens het plegen van het delict aanwezig en beïnvloedde zijn gedrag. De psycholoog adviseert om het delict in verminderde mate aan de man toe te rekenen. De rechtbank neemt de conclusies en het advies van de psycholoog over. Het risico op herhaling wordt door de psycholoog en de reclassering hoog ingeschat. Om dit risico te beperken worden bijzondere voorwaarden geadviseerd bij een voorwaardelijk strafdeel, waaronder een opname in een Forensisch Psychiatrische Afdeling voor behandeling van zijn traumaproblematiek.
Hulpverlening noodzakelijk
De rechtbank vindt het belangrijk dat de man de hulpverlening krijgt die hij nodig heeft. De rechtbank legt daarom aan de man een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op met bijzondere voorwaarden waar de man zich tijdens zijn proeftijd van 3 jaar aan moet houden. Onder die voorwaarden valt een opname in een Forensisch Psychiatrische Afdeling. In deze kliniek wordt de man sinds januari 2026 in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis al behandeld voor de bij hem geconstateerde stoornissen. De man hoeft niet meer terug de gevangenis in, nu het onvoorwaardelijke deel van de straf gelijk is aan het voorarrest.
De officier van justitie eiste een hogere straf dan de rechtbank oplegt. Dit komt onder meer omdat de rechtbank, anders dan de officier van justitie, niet bewezen vindt dat levensgevaar voor personen bestond.

14.6 ℃


































