ARNHEM - De rechtbank veroordeelt een 28-jarige man voor een verkrachtingspoging van een minderjarig meisje in het centrum van Arnhem. Hij krijgt een celstraf van 26 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk.

Op 21 september 2025 ing het slachtoffer ’s nachts tijdens het uitgaan in een donkere steeg op de grond zitten, omdat zij zich niet lekker voelde. Zij was sterk onder invloed van alcohol. De man liep voorbij en ging naar haar toe. Hij begon haar te kussen en betasten. Hij maakte haar broek open en ook zijn eigen broek. Het slachtoffer duwde hem weg en schreeuwde om hulp. Dit werd gehoord door een getuige. Een andere getuige zag in het voorbijgaan dat de man zijn broek naar beneden had gedaan.

Poging tot verkrachting bewezen

De rechtbank vindt bewezen dat de man probeerde het slachtoffer te verkrachten. Door het slachtoffer te overrompelen en haar vast te houden, was daarbij ook sprake van dwang. Dit is een strafverzwarende omstandigheid.

Inbreuk op gevoel van veiligheid

De rechtbank vindt dat bij de ernst van het feit een gevangenisstraf past. Het slachtoffer dacht dat de man haar wilde helpen, maar in plaats daarvan maakte hij op ernstige wijze misbruik van haar kwetsbare toestand. Hiermee maakte de man een grote inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en op haar gevoel van veiligheid.

Verplichting behandeling

De psycholoog en de reclassering constateren dat sprake is van problematiek waarvoor de man behandeling en begeleiding nodig heeft. De man geeft zelf aan dat hij (na zijn straf) mogelijk Nederland wil verlaten. De rechtbank kan er echter niet vanuit gaan dat de man inderdaad zal vertrekken. Als hij niet behandeld wordt, is de kans dat hij opnieuw een soortgelijk delict pleegt groot. Om de maatschappij te beschermen, legt de rechtbank een deel van de gevangenisstraf daarom voorwaardelijk op, met de verplichte begeleiding en behandeling.

De rechtbank legt de man een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op, voor het geval dat na afloop van de celstraf nodig is. De maatregel kan opname in een kliniek inhouden, het meewerken aan behandeling of andere noodzakelijke voorwaarden.

Schadevergoeding

Tot slot moet de man een bedrag van 6.500 euro aan smartengeld aan het slachtoffer betalen.