DOESBURG - De vrachtwagenbrand op 20 augustus 2020 in Doesburg is een schokkende gebeurtenis geweest die diep heeft ingegrepen in het leven van het slachtoffer en zijn naasten. Dat zei de officier van justitie dinsdag 5 april voor de rechtbank in Arnhem waar twee van de vier verdachten in deze zaak terecht stonden.

“Zo ga je op een doordeweekse dag slapen in de cabine van je vrachtwagen; zo word je wakker in een vuurzee en moet je vechten voor je leven”, zei ze. De chauffeur liep brandwonden op over zijn hele lichaam. De man is ernstig verminkt en ondervindt blijvend beperkingen, schetste de officier. “Als je de beelden van de brand ziet – ik noem het een inferno – is het een wonder dat hij er nog is.”

Tegen twee verdachten, een 53-jarige man uit Den Haag en een 45-jarige man uit Dordrecht, die dinsdag 5 april terecht stonden, eiste de officier respectievelijk celstraffen van 14 en 12 jaar. Hen is een poging tot moord in vereniging en opzettelijke brandstichting, ook in vereniging gepleegd, ten laste gelegd. De officier vindt dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat deze mannen opdracht hebben gegeven tot de brandstichting: de 53-jarige als opdrachtgever, de 45-jarige als tussenpersoon.

De 53-jarige man zou hiermee een concurrerend transportbedrijf een slag hebben willen toebrengen. De officier: “Aan de hand van het opsporingsonderzoek is duidelijk geworden dat de brand te maken moet hebben met de branche waarin de werkgever van het slachtoffer opereert en het feit dat de 53-jarige verdachte geen concurrentie duldt. Een andere verklaring is er niet.”

Uitvoerders

Het Openbaar Ministerie (OM) ziet de twee mannen die woensdag 6 april voor de rechter moeten verschijnen, als de “uitvoerders” van de brand. Het gaat om mannen van 47 en 51 jaar. Op camerabeelden is vastgelegd hoe ze te werk zijn gegaan; dat ze de wagen besprenkelen met benzine en daarna in brand steken. Aan de hand van de auto op deze beelden is de politie de verdachten op het spoor gekomen. Het onderzoek leidde naar een adres in Den Haag waar onder anderen een 47-jarige man stond ingeschreven. Zijn telefoonnummer bleek rond het moment van de brandstichting steeds in de buurt te zijn geweest van het telefoonnummer van de 51-jarige verdachte – ze reisden samen naar Doesburg.

De twee voldeden aan het signalement van de daders op de beelden. Bij een huiszoeking bij de 51-jarige man, op 28 oktober 2020, is een telefoon gevonden waar afbeeldingen op stonden van de vrachtwagenbrand en andere gegevens waaruit zijn betrokkenheid bleek. Hiermee geconfronteerd hebben deze beide verdachten toegegeven de brand te hebben gesticht.

Opdracht gekregen
De 51-jarige man gaf aan hij daar de opdracht voor had gekregen van een 45-jarige man uit Dordrecht. Deze man zou de twee uitvoerders op de avond van de brand hebben voorzien van twee jerrycans met benzine, een set kentekenplaten en het adres van het bedrijf. Deze 45-jarige zou de 51-jarige ook hebben opgedragen een foto van de brandende vrachtwagen te sturen, een foto die inderdaad op de telefoon van de 45-jarige is gevonden.

De 45-jarige man op zijn beurt heeft verklaard dat hij handelde in opdracht van een 53-jarige man. Hij zou van hem de locatie en geld hebben gekregen. De 45-jarige zou de foto van de vrachtwagen naar de 51-jarige hebben doorgestuurd.

Drie van de vier verdachten zouden ook betrokken zijn geweest bij de brandstichting van enkele vrachtwagens in Italië in oktober 2019 – in onderzoek bij de Italiaanse autoriteiten. Een van de vrachtwagens was ook van het bedrijf uit Doesburg. De eigenaren van deze onderneming hebben verklaard dat ze door de 53-jarige waren gewaarschuwd dat ze van zijn werk moest afblijven, anders zou dat consequenties hebben.

Voorgoed veranderd
Al met al vindt het OM dat er sprake is van buitengewoon ernstige feiten, die met celstraffen van 12 en 14 jaar moeten worden bestraft. Voor de 45-jarige man geldt bovendien dat hij na een eerdere veroordeling voorwaardelijk in vrijheid was gesteld, op onder meer de voorwaarde dat hij geen nieuw misdrijf zou plegen. Bij overtreding van de voorwaarden moet hij nog eens vijf jaar de cel in.

De officier over de ernst van de zaak: “Het leven van de chauffeur is voorgoed veranderd. Hij is voor veel zaken afhankelijk van hulp van anderen en hij heeft veel pijn. Daarnaast bracht de brand een schok teweeg bij anderen, zoals blijkt uit de vele publicaties en de steunbetuigingen aan het adres van het slachtoffer, bijvoorbeeld vanuit de transportwereld.”

De officier eiste toewijzing van de schadevordering van het slachtoffer van 200.000 euro, en van de vorderingen voor affectie- en/of shockschade van zijn naasten. Ook gedupeerde bedrijven, waaronder bedrijven waarvan lading in de vrachtwagen lag, en het vrachtwagenbedrijf zelf hebben schade gevorderd.