In de vroege ochtend van 6 maart 2025 woedde een grote brand in de oude binnenstad van Arnhem. Uit het politieonderzoek bleek dat de brand was ontstaan door brandstichting in (één van) de twee rolcontainers met oud papier en karton die in de Varkensstraat tegen een gevel van een winkel stonden. De brand sloeg over op de naastgelegen panden, waarna een zeer grote uitslaande brand ontstond. De omliggende woningen en panden moesten direct worden ontruimd. De brandweer zette zich dagenlang in om de brand onder controle te krijgen. Ondanks het snelle en kordate optreden van de politie, de brandweer en andere hulpdiensten ging een groot aantal panden verloren. Het is aan het kordate optreden van enkele bewoners en de onvermoeibare inzet van de hulpdiensten te danken dat er geen mensen om het leven zijn gekomen. De omvang van de schade en het leed dat de slachtoffers is berokkend is enorm. In de binnenstad van Arnhem is een gapend gat zichtbaar op de plek waar deze mensen leefden en werkten. De gevolgen van de brand zijn daarmee enerzijds enorm en van een buitencategorie. Anderzijds zijn er, gelukkig, geen gewonden of doden te betreuren.
Camerabeelden
Op basis van de verschillende camerabeelden en de verklaringen van de mannen constateert de rechtbank dat zij aanwezig waren op de plek waar de brand is ontstaan, kort voordat de eerste rookontwikkeling bij de rolcontainers zichtbaar werd op de camerabeelden. Het trio liep door de Varkensstraat en stond even stil ter hoogte van de plek waar de rolcontainers stonden. In de uren voorafgaand aan het moment dat de mannen door de Varkensstraat kwamen, was niemand langer dan één seconde in de buurt van de rolcontainers en uit het zicht van de camera geweest. Nadat het trio was weggelopen van de plek waar de rolcontainers stonden, waren er bovendien geen andere personen in de Varkensstraat te zien tot het moment dat de brand zich al heeft ontwikkeld. Daarmee staat het volgens de rechtbank vast dat de mannen op het moment van de brandstichting in de Varkensstraat waren op h de plek van de brandstichting.
Vrijspraak van bijdrage aan brandstichting
Op basis van de beschikbare bewijsmiddelen en verklaringen kan de rechtbank niet vaststellen dat de 31-jarige man en de 42-jarige man een actieve bijdrage hebben geleverd aan de brandstichting. Het feit dat de mannen bij de brandstichting aanwezig waren, is niet genoeg. Dat ze (mogelijk) niet ingegrepen hebben, ook niet. De rechtspraak spreekt de mannen daarom vrij van het plegen of samen plegen van de brandstichting. De officier van justitie vroeg ook om vrijspraak voor deze mannen.
58-jarige man schuldig aan brandstichting
De rechtbank oordeelt dat wel bewezen kan worden dat de 58-jarige man zich schuldig heeft gemaakt aan brandstichting. Zo wees de man met zijn wandelstok voor zich uit en zei: ‘He, laten we dit ding in de fik zetten, vin’k leuk.’ Ook was op de camerabeelden te horen dat hij sprak over ‘heb vuur en hij ook’ en over ‘de zijkant van die ruimte.’ Ook wordt er gesproken over ‘dat wil niet branden daar’, ‘die zijn te nat’ en ‘begint te gloeien.’ Verder verklaarde de 31-jarige man dat de 58-jarige man met een aansteker om een rolcontainer liep en één van de containers in brand stak. Ondanks het betoog van de advocaat van de 58-jarige man heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de inhoud of wijze van totstandkoming van deze verklaring.
Volledig uit de hand gelopen impulsieve en asociale actie, geen aanslag
Bij de strafbepaling voor de 58-jarige man weegt de rechtbank – naast de enorme impact die de brand heeft gehad en de schade en het leed die daardoor zijn veroorzaakt – mee dat het niet de bedoeling van de man is geweest om deze heftige gevolgen – voor de bewoners, de bedrijven en de stad Arnhem als geheel – aan te richten. Er was geen sprake van een aanslag of van een doelgerichte actie. Op het moment dat de man en zijn medeverdachten wegliepen bij de rolcontainer, was er mogelijk nog weinig te zien. Maar het is een feit van algemene bekendheid dat brand en rook zich snel verspreiden en – zeker op deze locatie in de dichtbebouwde en dichtbevolkte oude binnenstad – enorme gevolgen kunnen aanrichten. De rechtbank rekent het de man zwaar aan dat hij op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden en de gevolgen daarvan.
De officier van justitie eiste tegen de man een gevangenisstraf van 10 jaar. De rechtbank vindt deze hoge straf niet passend. Volgens de rechtbank gaat het in deze zaak niet om een aanslag, maar om een impulsieve en asociale actie die volledig uit de hand is gelopen. De straffen die in andere brandstichtingzaken worden opgelegd zijn ook niet passend: daarvoor zijn de gevolgen van deze brand te groot. Alles afwegend komt de rechtbank tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaar. Verder legt de rechtbank een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op, waarvan de invulling na het uitzitten van de celstraf zal worden bepaald. Daarbij krijgt de man een locatieverbod voor de stad Arnhem voor de duur van vijf jaren.
Schadevergoeding
Tot slot moet de man schade vergoeden aan de gedupeerden. Het gaat hier om een bedrag van in totaal 208.022,20 euro. De rechtbank verklaart een aantal benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen tot schadevergoeding vanwege de complexiteit en het late indienmoment van de vorderingen. Deze gedupeerden kunnen nog wel naar de burgerlijke rechter om aanspraak te maken op een schadevergoeding.

11.4 ℃


































